Artikel 70 wetboek van strafrecht
- Het recht tot strafvervolging vervalt door verjaring:
- in drie jaren voor alle overtredingen;
- in zes jaren voor de misdrijven waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld;
- in twaalf jaren voor de misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld;
- in twintig jaren voor de misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan tien jaren is gesteld.
- In afwijking van het eerste lid verjaart het recht tot strafvordering niet voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.
Artikel 71 wetboek van strafrecht (verkort weergegeven)
- De termijn van verjaring vangt aan op de dag nadat het misdrijf is gepleegd, behoudens in het in lid 3 gestelde:
- lid 3: Bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240b en 242 tot en met 250 en 273f, dan wel 300 tot en met 303 voor zover het feit oplevert genitale verminking van een persoon van het vrouwelijke geslacht en gepleegd ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, op de dag na die waarop die persoon achttien jaren is geworden.
Artikel 72 wetboek van strafrecht
- Elke daad van vervolging stuit de verjaring, ook ten aanzien van anderen dan de vervolgde.
- Na de stuiting vangt een nieuwe verjaringstermijn aan. Het recht tot strafvordering vervalt evenwel ten aanzien van overtredingen na tien jaren en ten aanzien van misdrijven indien vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verjaringstermijn is aangevangen een periode is verstreken die gelijk is aan twee maal de voor het misdrijf geldende verjaringstermijn.
Toelichting:
Toon toelichting
De leeftijd ten tijde van het begaan van het strafbare feit van de verdachte speelt een belangrijke rol, evenals de aard van het strafbare feit en sinds 1 september 1994 gelden aparte verjaringsvoorschriften voor enkele met name genoemde zedenmisdrijven ten aanzien van minderjarige slachtoffers van die misdrijven.
Termijnen van verjaring voor verdachte van 18 jaar en ouder:
- Alle overtredingen: 3 jaar.
- Misdrijven waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan 3 jaar is gesteld: 6 jaar.
- Misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan 3 jaar is gesteld: 12 jaar.
- Misdrijven waarop gevangenisstraf van meer dan 10 jaar is gesteld: 20 jaar.
- Misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld: geen verjaring
De termijnen vangen normaal gesproken aan op de dag na die waarop het strafbare feit is begaan.
Met ingang van 1 september 1994 vangt de termijn aan op de dag na die waarop het slachtoffer 18 jaar is geworden. Dit geldt voor de artikelen 240b en 242 t/m 250 en 273f van het Wetboek van Strafrecht. Deze regeling opent de mogelijkheid onder meer voor minderjarigen, die in hun jeugd seksueel zijn misbruikt, om later alsnog aangifte te doen, wanneer zij reeds meerderjarig zijn geworden.
Deze regeling is op 1 september 1994 met terugwerkende kracht in werking getreden, wat tot gevolg heeft dat de feiten die vóór 1 september 1994 hebben plaatsgevonden, ook onder de nieuwe regeling vallen.
Termijnen van verjaring voor verdachten jonger dan 18 jaar voor feiten gepleegd voor 1 september 1995 zijn:
- Alle overtredingen: 2 jaar.
- Misdrijven met maximaal 3 jaar: 3 jaar.
- Misdrijven met meer dan 3 jaar: 6 jaar.
- Misdrijven met meer dan 10 jaar: 7 jaar en 6 maanden.
- Misdrijven met levenslang: 9 jaar.
Met ingang van 1 september 1995 zijn ten opzichte van meerderjarige verdachten de verjaringstermijnen van minderjarige verdachten tot de helft ingekort. Deze verjaringstermijnen zijn nu:
- Alle overtredingen 1,5 jaar
- Misdrijven met maximaal 3 jaar: 3 jaar
- Misdrijven met meer dan 3 jaar: 6 jaar
- Misdrijven met meer dan 10 jaar: 10 jaar
- Misdrijven met levenslang: geen verjaring
Deze regeling geldt echter niet voor jeugdige delinquenten van 16 of 17 jaar, die misdrijven hebben gepleegd als bedoeld in de artikelen 240b en 242 t/m 250 van het Wetboek van Strafrecht, indien er sprake is van een minderjarig slachtoffer.
De verjaringstermijnen vangen in deze gevallen aan op de dag na die waarop het slachtoffer van de bedoelde delicten 18 jaar is geworden en zijn dezelfde als voor de volwassen dader.